[ Pobierz całość w formacie PDF ]
.Dick FrancisSpervuurVertaald door Catalien en Willem van PaassenUitgeverij De ArbeiderspersAmsterdam 2011Copyright © 2010 Dick FrancisCopyright Nederlandse vertaling © 2011 Catalien en Willem van Paassen/bv Uitgeverij De Arbeiderspers, AmsterdamOorspronkelijke titel: CrossfireUitgave: Michael Joseph, LondenNiets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van bv Uitgeverij De Arbeiderspers, Herengracht 370-372, 1016 ch Amsterdam.No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without written permission from bv Uitgeverij De Arbeiderspers, Herengracht 370-372, 1016 ch Amsterdam.Omslagontwerp: Bram van BaalOmslagfoto: Stocktrek Images/Getty ImagesISBN 978 90 295 7418 1 / nur 305www.arbeiderspers.nlDeze digitale editie is gemaakt naar de eerste druk, 2010Opgedragen aan de mannen en vrouwen van de Britse krijgsmacht die ledematen hebben verloren in AfghanistanVoor hen is de strijd nooit gestredenEn ter nagedachtenis vanDick Francis1920-2010de beste vriend en vader die een man zich kan wensenMet liefdevolle dank aan kleinzoon en zoonWilliam FrancisLuitenant in het Army Air Corps,in augustus 2009afgezwaaid aande Royal Military Academy, Sandhurst,gedetacheerd bij de Grenadier Guardsin Nad-e-Ali, provincie Helmand, Afghanistanseptember-december 2009ProloogProvincie Helmand, Afghanistan, oktober 2009‘Hospik! Hospik!’Ik zag mijn pelotonssergeant schreeuwen maar zijn stem klonk gek genoeg gedempt, alsof ik niet hier in de openlucht zat, maar in een kamer naast hem.Ik lag op de stoffige grond met mijn rug tegen een lage aardwal, waardoor ik eigenlijk half rechtop zat.Sergeant O’Leary zat geknield links van me.‘Hospik!’ schreeuwde hij opnieuw indringend over zijn schouder.Hij wendde zich tot mij en keek me recht aan.‘Gaat het wel, sir?’ vroeg hij.‘Wat is er gebeurd?’ zei ik, met een stem die me heel hard in de oren klonk.‘Zo’n ellendige ied,’ zei hij.Hij wendde zich af, keek om en schreeuwde opnieuw.‘Waar blijft die klotehospik?’Een ied.Ik wist dat ik had moeten weten wat ied betekende maar mijn verstand leek in slow motion te functioneren.Toen schoot het me te binnen.ied – Improvised Explosive Device – een bermbom.De sergeant sprak hard in zijn radio.‘Alfa vier,’ zei hij gehaast.‘Hier Charlie zes drie.ied, ied.Eén cat a, diverse cat c.Verzoek om directe ondersteuning van irt en evacuatie van slachtoffers.Over.’Ik kon niet horen of er geantwoord werd.Ik scheen behalve mijn helm ook mijn radioheadset verloren te hebben.cat a, had hij gezegd.cat a was legerjargon voor een zwaargewonde militair die spoedeisende hulp nodig had om te voorkomen dat hij overleed.cat c’s waren gewonden die nog konden lopen.De sergeant wendde zich weer tot mij.‘Gaat het nog, sir?’ vroeg hij met een zichtbaar gespannen blik.‘Ja,’ zei ik, maar in werkelijkheid voelde ik me niet zo best.Ik had het koud, maar zat toch te zweten.‘Hoe is het met de mannen?’ vroeg ik hem.‘Maakt u zich niet druk om de mannen, sir,’ zei hij.‘Ik pas wel op ze.’‘Hoeveel gewonden?’ vroeg ik.‘Een paar.De meesten zijn lichtgewond,’ zei hij.‘Een paar snijwonden en een beetje doof door de knal.’ Ik begreep wat hij bedoelde.De sergeant draaide zich om en schreeuwde tegen de dichtstbijzijnde gedaante in woestijncamouflagepak.‘Johnson, ga die verdomde ehbo-doos bij Cummings halen.Die vuile rat is te schijterig om zich te verroeren.’Hij keek weer naar mij.‘Het duurt niet lang meer, sir.’‘Je zei in je radio dat er een cat a is.Wie is dat?’Hij keek me recht aan.‘U, sir,’ zei hij.‘Ik?’‘De cat a bent u, sir,’ zei hij voor de tweede keer.‘Uw voet is er godverdomme afgeknald.’1Vier maanden laterOp het moment dat ik het ziekenhuis uit wandelde, realiseerde ik me dat ik nergens heen kon.Ik stond aan de kant van de weg met mijn tas in mijn hand te kijken naar een rij passagiers die in een rode Londense bus stapten.Zou ik me bij hen voegen? vroeg ik me af.Maar waar gingen ze heen?Wekenlang was ik er alleen maar op uit geweest te worden ontslagen uit het ziekenhuis zonder ook maar een seconde stil te staan bij het vervolg.Ik was als een man die zijn straf heeft uitgezeten en buiten de gevangenispoort diepe teugen frisse, vrije lucht inademt zonder zich om de toekomst te bekommeren.Het ging om de vrijheid zelf, niet de aard ervan.En ik had in mijn eigen gevangenis vastgezeten, een ziekenhuisgevangenis.Ik denk dat ik achteraf wel moet toegeven dat het vrij snel is gegaan.Maar op het moment zelf ging elk uur, ja elke minuut, oneindig langzaam voorbij.Van dag tot dag boekte ik pijnlijk traag vooruitgang, waarbij pijnlijk de toepasselijke term was.Maar ik kon nu redelijk goed lopen met een kunstvoet en hoewel ik voorlopig niet meer zou voetballen, als ik dat ooit nog zou kunnen, kon ik zonder hulp traplopen en grotendeels voor mezelf zorgen.Ik had zelfs een stukje kunnen rennen om die bus te halen, als ik naar zijn bestemming had gewild, welke dan ook.Ik keek om me heen.Er was niemand gekomen om me op te halen en daar had ik ook niet op gerekend.Geen van mijn familieleden wist dat ik die zaterdagochtend het ziekenhuis uit mocht en als ze het al hadden geweten, waren ze hoogstwaarschijnlijk niet komen opdagen.Ik had de dingen altijd het liefst op mijn eigen houtje gedaan en dat wisten ze.Wat mijn familie betrof was ik vol overtuiging een eenling, en misschien nog wel meer nu ik maandenlang van anderen afhankelijk was geweest voor hulp bij mijn persoonlijk, en intiem, lichamelijk functioneren.Ik wist niet wie erger geschrokken was, ikzelf of mijn moeder tijdens een van haar zeldzame bezoekjes, toen een zuster haar had gevraagd of ze me kon helpen aankleden.Mijn moeder had me toen ik een jaar of zeven was voor het laatst naakt gezien en bij de gedachte dat ze dat vijfentwintig jaar later nog eens zou meemaken, werd ze meer dan een beetje zenuwachtig.Ze had zich ineens herinnerd dat ze te laat was voor een afspraak en was er als een haas vandoor gegaan.De rest van die dag moest ik bij de gedachte aan haar gêne glimlachen, en dat was de laatste tijd niet vaak gebeurd.Eerlijk gezegd was 25198241, kapitein Thomas Vincent Forsyth, niet de geduldigste patiënt geweest.Het leger was mijn leven geweest.Sinds de avond dat ik na de zoveelste hoogst onaangename, zij het niet uitzonderlijke, ruzie met mijn stiefvader uit huis was gegaan.Ik had oncomfortabel geslapen voor de deur van het rekruteringskantoor van de krijgsmacht in Oxford en toen het kantoor de volgende ochtend om negen uur openging, was ik naar binnen gegaan en had als soldaat bij de Grenadier Guards getekend voor koningin en vaderland.Gardesoldaat Forsyth voelde zich als militair als een vis in het water en was opgeklommen, eerst tot korporaal en vervolgens tot cadet aan de Royal Military Academy in Sandhurst, gevolgd door een aanstelling bij mijn oude regiment.Het leger was veel meer dan een gewone baan voor me geweest; het was mijn vrouw, mijn vriend en mijn familie geweest; vijftien jaar lang was ’t het enige dat ik had gekend en ik genoot ervan.Maar nu zag het ernaar uit dat het wel eens gedaan kon zijn met mijn carrière bij de krijgsmacht, voorgoed uit elkaar gespat door een Afghaanse bermbom.Ik was de afgelopen vier maanden dan ook niet zo opgewekt geweest, en dat was te merken ook [ Pobierz całość w formacie PDF ]